Zeeuwse bruine bonen

 In streekproducten
Facebooktwitterpinterestmail 

Dankzij de goede grond en het hoge aantal zonuren heeft Zeeuws-Vlaanderen het ideale klimaat om bruine bonen te telen. De polders zijn goed voor 2000 hectare bonenvelden. Een bekende afnemer daarvan is  kok Herman den Blijker, die de Zeeuwse bruine bonen steevast gebruikt voor de Hak-zakjes, die je in de supermarkten terug vindt. Ieder boontje dat daar inzit, is Zeeuws-Vlaams! Gids Anton Verbist herinnert zich nog goed hoe de oogst geëvolueerd is…

Vroeger kon je de pas geoogste bonen op grote stapels zien liggen op de akkers. Niks mocht verloren gaan, dus trokken de landarbeiders de peulen aan de hoeken van de akkers met de hand van de planten. Daarna maaiden ze de planten, eerst met paard en ploeg, later kwam de tractor. Zodra dat klusje geklaard was, schraapten de noeste werkers de bonen bij elkaar met een riek en stapelden ze op een ruiter: een houten driepikkel met onderaan drie horizontale liggers. Dat was belangrijk, want zo lagen de bonen van de grond en konden ze drogen in de wind.

Bruine bonen zijn eerst groen

Op dat moment zijn de bonen nog groen. Wanneer ze rijpen, krijgen ze pas hun bruingele kleur waaraan ze hun naam danken. Af en toe moest de akkerbouwer nog eens langs de stapels passeren om ze weer recht te trekken. Bij regenweer, zette hij er een hoedje op. Een tweetal weken later verhuisden de bonen naar de stal, waar ze in de winter door de dorsmachine gingen.

Tegenwoordig bestaan er machines die de bonen al dorsen wanneer ze recht van de akker komen. Maaien gebeurt heel vroeg in de ochtend, zodat de bonen nog nat zijn van de dauw en minder snel openspringen. Zo vers uit de grond zijn de bruine bonen nog heel vochtig, maar die extra droogkosten wegen niet op tegen de vele (hand)arbeidsuren van vroeger.

Via de website van HAK kan je een zakje Zeeuwe bruine bonen aanschaffen en vind je enkele lekkere recepten met de vezel-, eiwit- en ijzerrijke vleesvervanger.

Start typing and press Enter to search